Fouten in de legesverordening: soms in uw voordeel, soms niet
Tikfouten, verkeerde staffelgrenzen en tegenstrijdige bedragen: voorbeelden uit echte legesverordeningen, wat ze u kosten of opleveren, en wat u kunt doen.
Een legesverordening is een belastingverordening: de gemeenteraad stelt hem vast, en de gemeente legt op basis daarvan een aanslag op. Toch zitten er regelmatig fouten in. Leges.nl leest de verordeningen van alle Nederlandse gemeenten en rekent ze door, en daarbij komen we tientallen tikfouten, staffels die niet op elkaar aansluiten en tegenstrijdige bedragen tegen. Soms pakt zo'n fout in uw voordeel uit, soms in uw nadeel. Een overzicht van wat we tegenkwamen, en wat u ermee kunt.
Tikfouten in bedragen
De meest voorkomende fout is een verkeerd geplaatste punt of komma, of een nul te veel. Een paar voorbeelden uit officiële verordeningen:
- In meerdere verordeningen staat een staffelgrens als "€ 100.0000" of "€ 2.5.000.000".
- Oostzaan (2026) noemt een staffel "van € 1.000.000,- tot € .500.000,-". De volgende staffel begint bij "meer dan € 1.500.000", dus het is duidelijk wat er bedoeld wordt.
- Nuenen, Gerwen en Nederwetten (2024) noemt een maximum van "€ 392.262.90".
- Brummen (2026) noemt als maximum voor het bouwtechnische deel van een zonnepark "€ 10.00,00". Is dat € 1.000 of € 10.000?
Meestal is uit de rest van de tabel af te leiden wat de gemeente bedoelde. Lastiger wordt het bij Brummen, waar zowel € 1.000 als € 10.000 denkbaar is.
Een verkeerde grens: in uw nadeel
Veel gemeenten rekenen met schijven: "€ X vermeerderd met Y% van het bedrag waarmee de bouwkosten € Z te boven gaan". Het vaste bedrag X is dan de som van de schijven ervoor, en Z is de ondergrens van de schijf. Staat bij Z het verkeerde bedrag, dan klopt de berekening niet meer.
In de verordening van IJsselstein (2026) staat bij de hoogste schijf, voor bouwkosten van € 5.000.000 of meer: "€ 26.749,25 vermeerderd met 0,36% van het bedrag waarmee de bouwkosten de € 2.500.000 te boven gaan". Het vaste bedrag van € 26.749,25 is precies de uitkomst bij € 5.000.000, dus de grens had € 5.000.000 moeten zijn. Hetzelfde staat bij het ruimtelijke deel, met 2,20%.
Wie de tekst letterlijk neemt, telt de schijf van € 2,5 tot € 5 miljoen twee keer. Bij een project van € 10 miljoen kost dat € 64.000,00 extra: € 9.000,00 bij het bouwtechnische deel en € 55.000,00 bij het ruimtelijke deel. Leges.nl rekent hier met de bedoelde grens van € 5.000.000.
Een afwijkend percentage: in uw voordeel
In Alphen-Chaam (2026) loopt het bouwtechnische tarief per schijf af: 1,44%, 1,20%, 1,06%. Daarna volgt voor bouwkosten boven € 1.250.000 ineens 0,083%. Dat is vermoedelijk een tikfout voor 0,83%. Letterlijk genomen betaalt u voor het bouwtechnische deel van een project van € 10 miljoen € 21.258,10. Met 0,83% zou dat € 86.620,60 zijn.
Hier houden we ons aan de letterlijke tekst. Het is niet zeker wat de gemeente bedoelde, en de raad heeft dit percentage vastgesteld.
Tegenstrijdige bedragen
Soms staat hetzelfde tarief twee keer in de verordening, met verschillende bedragen. In Pijnacker-Nootdorp (2026) noemt de tekst van een staffel een vast bedrag van € 14.680,00. De kolom ernaast vermeldt € 1.468,00. Alleen € 14.680,00 sluit aan op de staffel ervoor, dus dat bedrag houden wij aan.
Dit soort tegenstrijdigheden zien we ook bij andere leges. Een paar keer stond het tarief voor het omzetten of splitsen van een woning in twee artikelen van dezelfde verordening, met verschillende bedragen.
Staffelsprongen: geen fout, wel opvallend
Ook een verordening zonder fouten kan vreemd uitpakken. Bij een staffel betaalt u één percentage over de hele bouwsom, en dat percentage verandert bij bepaalde grenzen. Wie net boven zo'n grens uitkomt, betaalt soms minder dan wie er net onder blijft:
| Gemeente (2026) | Ruimtelijk deel net onder de grens | Ruimtelijk deel op de grens |
|---|---|---|
| Oostzaan: 7% tot € 500.000, daarna 6,5% | € 34.999,93 bij € 499.999 | € 32.500,00 bij € 500.000 |
| Diemen: nieuwe staffel vanaf € 45.000 | € 1.797,56 bij € 44.999 | € 150,50 bij € 45.000 |
| Eindhoven: vaste bedragen per klasse | € 2.670,00 bij € 99.999 | € 5.264,00 bij € 100.000 |
In Oostzaan bespaart u dus € 2.499,93 door één euro meer uit te geven. In Eindhoven werkt het andersom: die ene euro kost u € 2.594,00.
Diemen valt extra op. Volgens de tekst is het tarief vanaf € 45.000 "€ 150,50 vermeerderd met 3,40% over de bouwkosten boven € 45.000". Het vaste bedrag van € 150,50 sluit niet aan op de vorige staffel, die bij € 45.000 al op ruim € 1.797 uitkomt. Of dat de bedoeling was, valt te betwijfelen. Letterlijk genomen is het in uw voordeel.
Gemeenten die het zelf rechtzetten
Soms ziet de gemeente de fout zelf. In de verordening van 2025 noemde Rijswijk bij het ruimtelijke deel staffelgrenzen "tot en met" een bedrag, waardoor de staffels elkaar overlapten. In de verordening van 2026 staat daarover een uitdrukkelijke noot: de verordening "bevat een kennelijke verschrijving. Waar hier 'tot en met' staat vermeld wordt bedoeld 'tot'."
Wat kunt u doen?
Controleer de berekening op uw aanslag. De gemeente vermeldt meestal welk artikel ze heeft toegepast en over welke bouwkosten. Reken het na met de tarieventabel of met de rekentool.
Weet hoe de rechter ermee omgaat. Een belastingverordening moet duidelijk zijn. Staat er een kennelijke verschrijving in, en blijkt duidelijk wat de gemeente bedoelde, dan kan de rechter de tekst lezen zoals die bedoeld is. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de bedragen alleen zo op elkaar aansluiten. Is niet duidelijk wat er bedoeld is, dan legt de rechter een onduidelijke bepaling in de regel niet uit in het nadeel van degene die de leges moet betalen.
Maak op tijd bezwaar. Denkt u dat de leges verkeerd zijn berekend, dan kunt u binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag bezwaar maken bij de gemeente. Leg uit welk artikel volgens u verkeerd is toegepast, en waarom. Na die termijn wordt bezwaar maken veel lastiger.
Hoe gaat Leges.nl met fouten om?
Is een fout een duidelijke tikfout, en blijkt uit de aansluiting van de staffels wat er bedoeld is, dan rekenen we met het bedoelde bedrag. Twijfelen we, dan volgen we de letterlijke tekst. In beide gevallen maken we een aantekening, en zo nodig kijken we de verordening met de hand na. Bij elke berekening vermelden we het toegepaste artikel en de bron, zodat u het zelf kunt nakijken.